Geloven achter de voordeur

Reactie op ‘Geloven doe je maar in je eigen tijd en ruimte‘ door Anton van Hooff.

De dooddoener ‘geloven doe je maar achter je eigen voordeur’ is weer van stal gehaald. Deze keer door Anton van Hooff, voorzitter van vereniging De Vrije Gedachte, in zijn betoog op de website van Trouw tegen het prevaleren van religieuze regels boven die van de staat.

Van Hooff verwijt de politiek een laffe houding tegenover religie. Het mislukken van een verbod op ritueel slachten, het gebrek aan verontwaardiging over besnijdenis, en de voorzichtigheid waarmee over het algemeen wordt omgegaan met religieuze gevoeligheden, zouden het bewijs zijn van deze laffe houding.

Ik ben het deels met Van Hooff eens. De wet, en mens- en dierenwelzijn zouden vóór religieuze regels moeten gaan, in het geval de twee botsen. En er is ruimte voor verbetering van de wetgeving. Er staan in het stuk dat Trouw plaatste echter wat opvallende uitspraken die een weerwoord verdienen, waaronder dus de titel: ‘Geloven doe je maar in je eigen tijd en ruimte’.
Samen met Jan de Beer heb ik de stelling  dat religie achter de voordeur thuishoort al eens onder de loep genomen in onze lijst van tien argumenten die we nooit meer willen horen in discussies over religie.

Twee problemen met religie achter de voordeur

Het kan geen kwaad om de kritiek weer eens te herhalen, want blijkbaar is het een hardnekkige opvatting dat religie alleen in het privédomein kan en moet worden beoefend.
Er zijn verschillende problemen met het idee dat religie geïsoleerd moet worden in het domein van hobby’s en huiskamers.

Ten eerste zijn het publieke domein en het privédomein abstracte termen die in de praktijk niet van elkaar te scheiden zijn. Religieuze praktijk kan plaatsvinden in toegewezen ruimtes, verborgen voor de seculiere buitenwereld. Dat betekent niet dat religie beperkt blijft tot die ruimtes. Religie zit in mensen en mensen bewegen zich. Overtuigingen hoeven niet expliciet gemaakt te worden om het handelen te beïnvloeden. Alleen een gedachtepolitie zou kunnen verzekeren dat religie de maatschappij als geheel niet beïnvloedt. Hier is Van Hooff als vrijdenker natuurlijk geen voorstander van.

Ten tweede is het natuurlijk niet zo dat binnenskamers alles maar geoorloofd is. Zijn artikel sluit af met de eigenaardige zinnen:

Natuurlijk heeft iedereen recht op zijn eigen (gods-)waan. Geloven doe je echter maar in de kerk, moskee, tempel of synagoge. Daarbuiten gelden de wetten van de rechtsstaat.

Ik hoop toch echt dat de wetten van de rechtsstaat ook binnen kerk, moskee, tempel en synagoge geldig zijn. Onderscheid maken tussen eigen tijd en ruimte, en publieke tijd en ruimte, is in dit geval tamelijk onzinnig. Er is natuurlijk wel een reëel verschil tussen publiek en privaat. In de ene mag de overheid surveillancecamera’s ophangen, in de ander mag je poedelnaakt rondlopen. Dit onderscheid is echter niet van belang in de zaken die in het artikel worden aangehaald: geloof, rituele slacht, en jongensbesnijdenis.
Het probleem is niet dat er ontoelaatbare dingen gebeuren in naam van religie, het probleem is juist dat sommige zaken toelaatbaar zijn, die dat niet zouden zijn als er geen religieuze motivatie voor was. Ik neem aan dat Van Hooff niet wil dat ritueel slachten alleen binnen religieuze muren wordt uitgevoerd, maar juist dat het helemaal wordt afgeschaft.

Kortom, de scheiding tussen privaat en publiek is voor religie niet praktisch haalbaar, en als het dat wel zou zijn zou het alsnog niet wenselijk zijn.
Of religie publiek of privé moet zijn, is dus een onrealistische vraag. Zaken die ingaan tegen de wetten en waarden van onze maatschappij, zoals onnodig dierenleed en discriminatie, moeten overal worden bestreden. Zaken die niet ingaan tegen die wetten en waarden, zoals vrijheid van meningsuiting en religie, moeten overal gelden.
Aspecten van religie die velen verwerpelijk vinden, zoals jongensbesnijdenis, zijn niet alleen maar legaal in een gebedshuis, maar overal. Dingen die niet zijn toegestaan, zoals meisjesbesnijdenis, zijn niet opeens legaal als ze achter de voordeur gebeuren.

Geen uitzonderingspositie

Natuurlijk begrijp ik wel wat van Van Hooff en anderen bedoelen met hun pleidooi voor religie in het privédomein. Dat er voor religieuzen geen speciale wetten gelden, dat er geen politiek wordt bedreven op basis van religie, dat er een seculier leven te leiden valt. Of, nog wat meer antireligie: dat er geen religieuze symbolen aanwezig zijn in de openbare ruimte, dat mensen andere mensen niet lastig vallen met hun religieuze overtuiging, dat ze volledig gevrijwaard blijven van de verzameling verschijnselen die ‘religie’ heet.

De eerste categorie komt neer op het afschaffen van de speciale plaats die religie soms nog inneemt in de wetgeving. Ik ben er niet tegen om uitzonderingen in de wet af te schaffen, vooral wanneer het gaat om zaken die voor elk ander mens terecht strafbaar zijn, zoals discriminatie op basis van seksuele voorkeur.
Deze aanpassing zou geen beperking zijn van de religieuze vrijheid, zoals soms wordt gevreesd. Ja, het houdt in dat sommige praktijken niet meer worden toegestaan. Niet omdat het religieuze praktijken zijn, maar omdat het wettelijk verboden praktijken zijn. Absolute vrijheid is er voor niemand, dus ook voor religies niet.

Politiek en religie

In deze discussie over de plaats van religie in de maatschappij speelt natuurlijk de vraag naar de plaats van religie in de politiek. Is die er? Moet die er zijn? En zo niet, kan die band helemaal verbroken worden?
De Nederlandse bevolking is deels religieus. Het is met ons democratische stelsel niet vreemd dat zij een deels religieuze vertegenwoordiging kiest. Dit hoeft trouwens niet alleen de vorm te hebben van confessionele partijen; ook in andere partijen zitten religieuze politici. Religie speelt dan dus een rol in de politiek.
Toch functioneert de scheiding van kerk en staat redelijk, zodanig dat er van overheidswege weinig religieuze regels worden opgelegd. Het is niet perfect (denk aan de verplichte zondagsrust), maar het is een goede basis. De neutraliteit van de staat zorgt juist voor de mogelijkheid om, ongeacht je religie, deel uit te maken van de volksvertegenwoordiging. De aanwezigheid van confessionele partijen is juist te danken aan de scheiding van kerk en staat. Enkele van hun ideeën vind ik verwerpelijk, maar dat vind ik ook van sommige seculiere ideeën.
Dus ja, religie heeft een plaats in de politiek en dat is soms ongemakkelijk, maar het is ook een teken van godsdienstvrijheid en dus onmisbaar in een vrije samenleving.

Ik leef in een land waar meneer Dorenbos walgelijke filmpjes mag maken en waarin politici hysterische beledigingen aan het adres van de islam mogen uiten. Is dat prettig? Nee. Wordt de samenleving er beter van? Waarschijnlijk niet. Maar godzijdank mag het wel. Want de samenleving zou nog veel slechter af zijn met een regering die geen andersdenkenden duldt, en die elk onwelgevallig geluid smoort. Seculiere dwang over wat men waar en hoe moet geloven, is óók een vorm van religieuze dwang.

Advertenties

Tags: , , , ,

5 responses to “Geloven achter de voordeur”

  1. David Bakker says :

    Het klopt wel wat je zegt maar het is niet echt een eye-opener of zo. Wat vind je van onze discussie over reiligie? Zie:http://www.vrijdenkersforum.nl/forum/viewtopic.php?f=12&t=136&start=30#p1458

    Is jouw scriptie online beschikbaar?

    • Marije Verkerk says :

      Bedankt voor je reactie.

      Je link leidt me pardoes middenin de discussie ‘Ideologie of religie?’. Ik ben even teruggegaan naar de eerste pagina. Ik moet zeggen dat ik definitiediscussies vaak wat vermoeiend vind. Ik hanteer zelf liever een functionele omschrijving van religie, of op zijn hoogst een verzameling eigenschappen en niet een essentialistische definitie. Theoretisch zou je misschien kunnen zeggen dat religie ‘zus en zo’ is, en ideologie juist ‘dit en dat’, maar in de praktijk lopen die twee door elkaar.

      Dit raakt weer aan bovenstaand stuk van mij: religie is geen geïsoleerd verschijnsel dat los is te zien van politieke, ideologische, psychologische, biologische invloeden. Voor de handigheid noemen we sommige dingen ‘religie’ en andere dingen juist niet. Maar het blijft een abstractie, een label dat we gebruiken om dingen te categoriseren. Dat categoriseren is ook weer een handig middel om jezelf te profileren: mensen die zich expliciet niet of wel religieus noemen willen daar vaak iets mee uitdrukken. Zo wordt religie een beetje een beladen stempel, met als gevolg dat veel mensen er huiverig voor zijn. ‘Ik ben niet religieus hoor, maar ik geloof wel in God’.
      Persoonlijk vind ik de randgebieden van wat we doorgaans religie noemen, juist het interessantst.

      Mijn scriptie staat zo te zien niet online. Ik wel hem je wel mailen, met de waarschuwing dat hij nu waarschijnlijk alweer achterhaald is. (:

  2. rob van hove says :

    Eigenlijk tegenstrijdig; dat een vermeend “vrijdenker/David Bakker” zo opdringerig een forum onder de aandacht wil brengen 😉

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: