God als kosmische zakdoek

Bron: xkcd

Een tijdje geleden heb ik samen met Jan de Beer op een rijtje gezet welke argumenten we niet meer willen horen in discussies tussen gelovigen en ongelovigen.
Nu geeft Arjan Markus vandaag in de Volkskrant een mooi voorzetje voor nog een veelvoorkomende onzinbewering, namelijk dat atheïsten gedreven worden door negatieve emoties jegens God en geloof.

Nu is het zeker waar dat het in deze discussies vaak hard tegen hard gaat. Gelovigen zijn dom, volgzaam en irrationeel; atheïsten zijn verbitterd, boos op God en immoreel. Beide standpunten generaliseren dat het een aard heeft; iedereen die zich openstelt voor de realiteit weet dat onder gelovigen zelfstandige en intelligente mensen te vinden zijn, en dat de meeste atheïsten niet stampvoetend en kerkverbrandend door het leven gaan (argumenten 6 en 9). Toch blijkt het moeilijk om te schrijven over deze groepen zonder enorm te generaliseren.

Twee soorten atheïsten

Markus deelt nieuwe atheïsten in zijn opiniestuk in in twee soorten: de boze en de zielige.
De boze, dat zijn Richard Dawkins en de zijnen. Zij keren zich met allerlei argumenten tegen religie, vooral tegen de vormen die het oneens zijn met wetenschap en de vormen die door hun fanatisme mensen schaden.
De zielige, dat zijn de mensen die van hun geloof gevallen zijn en die nu moeten missen wat gelovigen wel hebben: troost en zingeving. Over deze categorie atheïsten gaat Markus’ stuk. Als voorbeeld noemt hij Alain de Botton, die in zijn nieuwe boek Religion for Atheists onderzoekt welke aspecten van religie waardevol zijn voor ongelovigen. Zo zou een godsdienstig ritueel ons veel kunnen bieden op het gebied van saamhorigheid. Maar, protesteert Markus:

Een gezamenlijke maaltijd kan zeer goed steun bieden, maar niet de troost die gelovigen bij de eucharistie vinden. De eenheid en verzoening die gelovigen onderling ervaren is daar namelijk gebaseerd op de eenheid die ze menen te ervaren met God.

Hij tekent dus bezwaar aan tegen het feit dat het metafysische deel van het ritueel, het geloof in God, door De Botton wordt weggelaten. Dit haalt de kern van het ritueel weg en kan dus nooit voor dezelfde diepe gevoelens van troost en verbondenheid zorgen als een ritueel mét geloof in God.

Misverstanden

Hier gaat Markus, en anderen die atheïsten beschouwen als gelovigen met een gekortwiekt gevoelsleven, de mist in.
De eerste misser is dat Markus een generaliserende uitspraak doet over gelovigen en hoe zij hun band met God ervaren. Dit is des te ironischer omdat hij atheïsten terechtwijst over hun eigen generalisaties en karikaturale opvattingen over gelovigen. Maar door zonder reserves te stellen dat gelovigen een diepere, bevredigender ervaring hebben bij bepaalde rituelen dan ongelovigen, doet hij precies hetzelfde, zij het dan met een positief oordeel. Hier is een minnaar aan het woord die niet begrijpt dat zijn gevoelens niet exclusief aan hem zijn voorbehouden, dat anderen net zo overtuigd kunnen zijn van de perfectie van hun eigen object van verlangen en devotie als hij van het zijne.

God zelf blijft ook een vaag begrip, toepasbaar op zowel persoonlijke schepper die belang stelt in je dieet als op de overtreffende trap van liefde die als een abstracte verbinding tussen de mens en de rest van het universum bestaat. Hiermee gaan de voorstanders van geloof-hoe-dan-ook voorbij aan het feit dat sommige godsbeelden dichter bij een atheïstische opvatting staan dan bij een godsgeloof dat zich aan een andere kant van het spectrum bevindt.

Wanneer mensen zeggen dat zij steun, troost en rust halen uit hun geloof, neem ik dat van ze aan. Een persoonlijke band met God ervaren kan een sterke bron van zingeving zijn, het ontbreken ervan kan voelen als een echt gemis. Dit betekent niet dat de mensheid kan worden verdeeld in drie groepen: boze atheïsten, ontroostbare atheïsten, en dankbare gelovigen. Op zijn minst ontbreken hier de gelovigen die géén persoonlijk band met God ervaren. En net zo belangrijk: waar is de dankbare atheïst? De seculier die voldoening, zingeving en verwondering ervaart zonder godsgeloof? Als ik Markus goed lees, is ‘de atheïst’ slechts een gemankeerde versie van ‘de gelovige’. En het beste dat de ontroostbare atheïst te doen staat is tóch proberen te geloven dat God bestaat, en als dat niet lukt: gewoon heel erg hard hopen.

Interessant hieraan is dat het helemaal niet gaat om waarheid, of zelfs maar om goedheid. Het gaat om bevrediging van verlangen, in dit geval verlangen naar een grote, alwetende Trooster die het leed van het leven kan verzachten. God als kosmische, ethische zakdoek. De atheïst moet niet geloven in God omdat hij/zij/het bestaat, of omdat geloven hem een beter mens maakt, nee, hij moet geloven om maar niet in crisis te raken. Als dat geen karikatuur van religie is…

Boos, gefrustreerd en eendimensionaal

Mijn grootste ergernis in debatten over geloof is de neiging van tegenstanders om in elkaars hoofd te kruipen zonder oprecht te zoeken naar wat zich daar bevindt. Emoties, ervaringen en gebreken worden aan elkaar toegeschreven en op elkaar geprojecteerd.
Atheïsten gaan daar de fout mee in; uit onwetendheid of om te polemiseren. Gelovigen doen hetzelfde, zeker in de context van een discussie waarin men de ander niet kent of ziet, en waar men alleen te maken heeft met woorden en redenaties. Sommige atheïsten maken zich inderdaad kwaad. Uit deze context is ook het beeld ontstaan van de boze atheïst: iemand die scherpe taal gebruikt, iets bestempelt als onzin of als idioot, die moet dat haast wel met gebalde vuisten en schuim om de mondhoeken hebben getypt. En de creationist die in caps lock onder youtube-filmpjes wetenschappelijke theorieën poogt te weerleggen moet ook wel overlopen van frustratie.
Toch?

Nu is het heel menselijk om andere mensen in te delen in categorieën, heel handig ook in het dagelijks leven. Altijd overal nuance aanbrengen is onmogelijk (en vaak ook lang niet zo grappig of bevredigend als het leven met typetjes). Maar in een serieuze beschouwing over menselijk gedrag en geloof is nuance onmisbaar.
Dat betekent dat je levenshouding van een ander mens niet alleen beoordeelt naar wat hij of zij op internet zegt of in een boek schrijft. Om te kunnen beoordelen of een mens een rijk of arm geestelijk leven heeft, wat geloof of ongeloof voor een persoon betekent, en hoe dankbaar, cynisch, moreel, boos, dom, gefrustreerd, verwonderd of verbitterd iemand is, moet je meer weten dan de vaak gebrekkige en gecensureerde versie van de eigen overtuiging die in een debat of boek naar voren komt.

Totdat dat complete beeld voorhanden is ga ik er gewoon vanuit dat er geen fundamenteel verschil bestaat tussen de het gevoelsleven van een atheïst en dat van een gelovige (en iedereen ertussenin). En dat ook degenen die niet in een vorm van God geloven, de mogelijkheid hebben een passie, verwondering, eenheid en saamhorigheid te voelen die anderen ervaren in hun vermeende relatie met God.

Advertenties

Tags: , , , ,

4 responses to “God als kosmische zakdoek”

  1. rob van hove says :

    Ha die Marije !

    Je hebt duidelijk de smaak en regelmaat te pakken. Deze keer kan ik wel een mening vormen. Maar dat heb jij al gedaan in je laatste twee alinea’s. Want idd niets gaat boven een individueel gevoel: letterlijk. Daarom kan niemand voor een ander bepalen cq bewijzen of zijn of haar godsbeleving legitiem of valide is. Trouwens, dat is de basis van de ‘filosofie van de vrijheid’ (R.S). Hij was na Hegel en Fichte de eerste filosoof, die met klem aanraadde om het IK van de mens als hefboom te nemen om te kunnen begrijpen, dat de mens een religieus denkend en kennend wezen is.

    Zijn voorganger Hegel was niet verder gekomen*, dan het IK te zien als een soort van vaststaand of feitelijk ding. Nee, niet het ‘ding an sich’ van Kant hoor, want die wilde het liefst de hele kenniswereld terugverwijzen naar de kleuterklasjes… Ach, allemaal overleden filosofen, waar de wereld geen kennis meer van zal en wil nemen. Steiner, hebben ze zelfs uit het filosofen-archief geschrapt. Filosofische geschiedvervalsing! hahaha Maar dat is de wetenschappelijke en religieuze wereld niet vreemd. Toch!

    Ga zo door!

    Gr. Rob

    *) RS schreef zijn dissertatie op de stelling, dat Hegel niet ver genoeg was gegaan in het begrijpen van het IK.

    • marijeverkerk says :

      Ha Rob,

      Ik moet die Steiner toch maar eens gaan lezen hè? Al ben ik het op het eerste gezicht met hem oneens (dat de mens een religieus wezen is) maar ik weet natuurlijk niet precies wat hij bedoelt met ‘religieus’. Hegel is altijd mijn pet te boven gegaan. Ik kwam hem laatst weer ergens tegen, maar met hem meedenken lukt me alleen met de grootste inspanning en daarna ben ik het alweer vergeten.

      Ik vermoed eigenlijk dat er niet zoveel verschil hoeft te zijn tussen religieuzen en niet-religieuzen. De één noemt het god, de ander noemt het energie, maar wat ermee bedoeld wordt is onduidelijk. Wat betreft de klassieke definties van en argumenten voor god ben ik een atheist. Maar voor zoveel mensen is god een abstractie, een samenvatting van gevoelens van liefde en verbondenheid en natuur en schoonheid… de één plaatst dat in een religieuze context, de ander ziet een prachtig studieobject. Een kwestie van smaak en aanleg, of je je christen noemt of niet? Ik begrijp in elk geval wel dat er atheïstische predikanten zijn, en atheïstische gelovigen.

      Ken je Robert Solomon? Is misschien wel iets voor jou.

  2. rob van hove says :

    Lieve Marije,

    Waarom zou je Steiner gaan lezen, dat is toch nergens voor nodig. En daar komt bij dat je dan moet beginnen bij o.a. Plato, dan zijn leerling en opvolger Aristoteles. Om dan een sprong te maken langs de vroegmiddeleeuwse kerkvaders (bv Augustinus) om uiteindelijk bij Schiller en Goethe uit te komen. Oh, en Thomas Van Aquino (de man die Aristoteles terug heeft vertaald uit het Arabisch).

    Dat Steiner de mens als religieus wezen ziet, mag je ook doorvertalen, met “gevoelswezen..!” Steiner was de eerste filosoof, die de verbinding legde tussen het denken (ideeënwereld) en het willen (de realiteitenwereld). Steiner, zei: ‘Als je de geest in de stof wilt zien. Dan kun je ‘m determineren, maar dan ontglipt het steeds. Echter, wil jij dat de stofgeest, jou leert kennen? Doe dan je ogen dicht. En stel je gevoelswereld open…” En dan kom je langs allerlei omwegen uit bij je hart en je hoofd. Dat is de bijdrage, die hij heeft geleverd in het begrijpen van de mens. Grappig is dat je momenteel op de NS stations van die prachtige reclameborden ziet met: “Volg je hart…” Die zijn van de Triodosbank. Je kent ze wel, denk ik?

    Kijk, bij Schiller vond Steiner het ideaal van o.a. de spelende mens en de vormgevende mens. Bij Goethe kon hij zien dat er zoiets bestond als een ideaal mens (n.a.v. de oerplant theorie). Die overigens door Nietzsche (de Übermensch) volledig verkeerd is geïnterpreteerd. Deze knappe denker, sloeg het gevoelsleven over en begon Schopenhauer te volgen, die de mens zag als een compleet maar ongetemd beest; een instinct. Hij noemde dat netjes; willen en macht enz. Nietszche, noemde het: ’t Blonde beest. Waarmee, hij naar mijn idee, dus het oud Arische rijk bedoelde. Hoe ironisch, dat de Nazi’s de werken van Nietzsche hebben willen misbruiken om hun doelstellingen (’t duizendjarig rijk..) te realiseren. Wist je, dat zijn zuster, Steiner ooit heeft gevraagd om het archief van haar broer te ordenen. Hij heeft dit uiteraard geweigerd, want hij wist van haar verkeerde denkbeelden. Zij was eenmaal besmet met met het nationaal socialisme van die tijd.

    Kortom, wat heeft Steiner in zijn antroposofisch mensbeeld gedaan?

    Hij heeft aangetoond, dat een mens altijd begint te leven bij zijn gevoelens. Daar begint het eigenlijke mens zijn. Zegt hij. Zie ‘Filosofie der vrijheid.’ Dus, als je iets van dit gedachtegoed wilt opnemen, dan zou ik je aanraden om eerst het voorbereidende werk te lezen: ‘Waarheid en wetenschap.’ Daarin beschrijft hij op redelijk eenvoudige wijze (tenminste, ik kan het begrijpen..), dat de waarheid niet een afspiegeling is van welke realiteit dan ook. Maar een vrij product van de menselijke geest…enz.

    Hij toont aan dat de menselijke geest instaat is om zichzelf te zien, begrijpen, in te voelen en te corrigeren, zowel ten kwade als ten goede. Die keuze
    staat ons vrij…

    Maar wat is dan goed? En kwaad!

    Met het hoofd kan ieder weldenkend wezen inschatten, dat je het verdriet van een ander niet kunt voelen. Maar je hart vertelt je precies wat je moet doen om die ander te troosten. Ik troost mijn homo-buurman, door ‘m regelmatig zijn hart te laten luchten. Ik ken zijn verhalen al uit mijn hoofd, maar ik heb een plekje in mijn hart, die zegt: “laat ‘m even zijn leed delen..” Nou, na 5 minuten gaat hij weer opgelucht naar zijn eigen huis. En ik heb geen spatje energie verloren.

    Kwaad, zie ik, als een kans om in dit geval: troost te bieden. Maar die kans onbenut laat.

    Samengevat: Steiner, is als filosoof het spoor gaan volgen van o.a. Plato, Aristoteles, Aquino, Hegel, Schiller en Goethe. Om vervolgens aan te tonen, dat onze menselijke gevoelens de brug vormen tussen de geest en zintuiglijke wereld.

    Persoonlijk: ik heb al die filosofen niet zo intensief bestudeerd als Steiner. Ik ben immers geen (wetenschaps)filosoof. Maar, ik heb ze oppervlakkig bestudeerd. Dat kan ook om dat ik mijn hart als adviseur neem. Die verwijst me naar mijn hersenen. En andersom, heb ik inmiddels geleerd om ook weer terug te keren naar mijn hart. Het is een interne communicatie! En op die manier lees en kijk ik. Met hoofd en hart. Om uiteindelijk, te kiezen (in alle vrijheid) voor het “levensgeluk” van mijn homo-buurman.

    Rob

  3. rob van hove says :

    PS. Ik las mijn tweede reactie er nog is op na en ik moest even om mezelf gieren van de lach, want als ik het met mijn ‘hoofd’ lees, dan zou je kunnen denken, dat ik dus gekozen heb voor het levensgeluk van mijn buurman. Niets is minder waar; want hij woont gezellig samen met zijn partner. En ik woon alleen. Maar, ik vind het leuk als hij plotseling voor m’n neus staat. Met speciaal iets gebakken voor mij. Blijkbaar, volgt hij dan zijn behoefte om effen bij te kletsen. Maar ja, die behoefte deel ik niet met hem. En toch kies ik er voor om gedurende die 5 – 10 minuten al mijn hemelhoog vliegende gedachten even te parkeren. Om dan geduldig te luisteren naar wat zijn poes bij de vijand (zijn oude overbuurvrouw) heeft misdaan. Nou, lijkt zo’n gesprek lullig en nergens over te gaan, maar ik weet dat hij zich even gezien voelt. Je moet weten dat hij eigenlijk Hans heet, maar sinds zijn “uit de kast komen..” Chris. Om dat zijn gezin en familie hem als oud vuil op straat hebben gezet (hij en zijn vriend hebben meer dan 1 jaar op straat geleefd) heeft hij doelbewust gekozen voor een andere naam. Chris of eigenlijk Hans, probeert een gewoon menselijk bestaan op te bouwen.

    🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: