Satan in de Sp!ts

Dit artikel is ook te lezen op Sargasso.

Deze week verscheen in Sp!ts een artikel over satanisch ritueel misbruik. Er wordt gesteld dat er een taboe rust op deze vorm van misbruik en dat mensen vaak ongelovig reageren op het bestaan ervan. Als gevolg hiervan kunnen de daders niet goed worden aangepakt en de slachtoffers niet goed worden geholpen, dus heeft Stichting Alternatief Beraad het haar missie gemaakt deze vorm van misbruik onder de aandacht te brengen.
Een sympathieke actie, zou je zeggen. Wie is er nu tegen openheid over misbruik en ondersteuning voor slachtoffers?

Er is echter een aantal problemen met dit artikel en de achterliggende aannames, die de moeite waard zijn nader te bekijken. De combinatie van satanisme met seksueel misbruik staat garant voor sensatie en snelle oordelen. Als deze oordelen echter berusten op verkeerde aannames of zelfs bewuste verdraaiing van de feiten is niemand daar mee geholpen, zeker slachtoffers van misbruik niet. Het doel van dit artikel is drieledig:
1. Geruchten over satanistisch ritueel misbruik in een context plaatsen. Dit is niet de eerste keer dat de term satanisme in verband wordt gebracht met perverse praktijken en het is nuttig om te bekijken welk licht de geschiedenis kan werpen op de huidige beschuldigingen. Bovendien kan hiermee het scepticisme over deze zaak worden verklaard.
2. Enkele woorden van toelichting geven over wat satanisme (niet) is, hier lijkt zowel bij Sp!ts als bij Alternatief Beraad een gebrek aan kennis over te bestaan.
3. Kanttekeningen plaatsen bij het onderzoek naar ritueel misbruik dat door Alternatief Beraad is uitgevoerd. Hoewel zij pretendeert door middel van haar onderzoeksbureau verborgen feiten aan het licht te brengen, is er teveel vooringenomenheid en te weinig methodologische betrouwbaarheid gemoeid met het onderzoek om van waarde te kunnen zijn. Dat betekent niet dat deze vorm van misbruik niet bestaat, maar dat zij verder ongeloofwaardig wordt gemaakt.

The Satanic Panic: hoe zat het ook alweer?
Het artikel in Sp!ts concludeert:

Volgens Jongsma wordt er vaak sceptisch gereageerd op het mogelijk bestaan van satanische sekten in de samenleving. ,,Men gelooft niet dat dit werkelijk gebeurt. Maar er moet echt aandacht voor komen.”

Jongsma verzuimt te noemen waar dat scepticisme vandaan komt. De berichtgeving van vandaag heeft opmerkelijke overeenkomsten met een eerdere massale berichtgeving over satanisch misbruik, vooral in de Verenigde Staten in de jaren ’80 (al ontsnapte ook Nederland er niet aan). Ook toen zou er sprake zijn van massaal misbruik door ondergrondse netwerken van sadistische satanisten, die kinderen op de meest gruwelijke manieren mishandelden.

Deze Satanic Panic (ook bekend als de ‘Satanism Scare’) begon in 1980 met het verschijnen van Michelle Remembers, waarin een overlevende van een satanistische sekte haar herinneringen optekent. Dit gaf ruimte aan honderden anderen die wilden getuigen van hun ervaringen met ritueel misbruik, kannibalisme en mensenoffers door satanistische sekten. Enkele jaren later werden twee medewerkers van een kinderdagverblijf beschuldigd van het ritueel misbruiken van negen kinderen, en veroordeeld tot 200 jaar cel elk. Vanaf 1987 nam het aantal beschuldigingen toe nadat een televisieserie het idee van gevaarlijke, satanistische sekten verder verspreidde. De kinderen en volwassenen die naar buiten kwamen met hun verhalen, waren de verpersoonlijking van Amerika’s ergste nachtmerrie; een mengeling van gruwelijkheden zoals ontvoering van kinderen en jonge vrouwen, ritueel seksueel misbruik, kinderoffers, verminking van dieren en kannibalisme.

Psychotherapeuten, die in veel gevallen verantwoordelijk waren voor het naar boven halen van verdrongen herinneringen aan deze praktijken, moedigden hun cliënten aan naar de politie te stappen, en deelden hun ervaring met collega’s en andere professionals in de zorg. Het precieze aantal beschuldigingen en vervolgingen is onbekend, maar een onderzoek onder 2.272 leden van de American Psychological Association in 1996 liet zien dat 802 therapeuten samen bijna 3000 gevallen van ritueel misbruik hadden gerapporteerd.
Naast de verhalen begon ook aanvullend bewijs op te duiken: resten van verminkte dieren, graffiti met satanische symbolen, criminelen die claimden in de naam van Satan gehandeld te hebben, het bestaan van de Church of Satan en bewegingen zoals The Temple of Set. Tijdens de periode van morele paniek over deze verschijnselen, dacht men dat de Church of Satan slecht het topje van de ijsberg was; het bovengronds opererende deel dat ervoor moest zorgen dat men geen lucht kreeg van het ondergrondse netwerk, dat zich uitstrekte tot de hoogste regionen van de macht . Het uiteindelijke doel zou zijn om satanisten op alle belangrijke posities aan te stellen zodat zij hun verdorven praktijken ongestoord konden uitvoeren. Het gebrek aan sluitend bewijs en het ongelofelijke gehalte van de verhalen zou juist hierdoor verklaard kunnen worden; het zou een tactiek zijn om te zorgen dat de slachtoffers niet werden geloofd. Zo werden gebrekkig bewijs en de onwaarschijnlijkheid van de verhalen ineens juist beschouwd als bewijs.

Natuurlijk werden deze verhalen serieus onderzocht. Lege gebouwen en plaatsen die waren aangewezen als massagraf werden onderzocht op tekenen van zwarte missen, en mensen werden vervolgd op basis van de getuigenissen van kleine kinderen en onder hypnose naar boven gebrachte herinneringen. Bij politie, justitie en sociaal werkers werd aangedrongen op alertheid op deze zaken. Verschillende ‘experts’ (therapeuten, overlevenden, politiemensen) stonden op en verkondigden hun boodschap in de media. En hoewel deze media zich vrij neutraal opstelden, zorgden ze wel voor een massale verspreiding van het idee van satanistische sekten en hun afschuwelijke daden. De aangrijpende persoonlijke verslagen van slachtoffers en het aura van betrouwbaarheid dat rond de experts hing, maakte deze verhalen voor veel mensen overtuigend. De kritiek van veel andere therapeuten en sociale wetenschappers werd in eerste instantie minder gehoord; hun kant van het verhaal was niet zo sensationeel en hun kritiek op de gebruikte methoden om de herinneringen ‘op te halen’ was te complex om in pakkende oneliners te verpakken.

De kritiek hield echter aan, met uiteindelijk als gevolg dat veel van de (d.m.v. hypnose en visualisatie) opgehaalde herinneringen ontmaskerd werden als vals. (De discussie over het bestaan en de aard van verloren herinneringen is in de wetenschap trouwens nog steeds gaande. NB: de in het onderzoek van Stichting Alternatief Beraad ondervraagd hulpverleners hebben geen gebruik gemaakt van hypnose.) Dit betekent niet dat er geen sprake was van misbruik – het is plausibel dat de verhalen fungeerden als coping-mechanismen voor slachtoffers van echte trauma’s, vergeten of niet. Ook is er sindsdien meer kennis gekomen over de ondervragingstechnieken voor kinderen. Tegelijkertijd werd duidelijk dat het zogenaamde bewijs goed kon worden verklaard: verminkte dieren bleken road kill, slachtoffers van vergiftiging en natuurlijke vijanden; graffiti bleek toch gewoon afkomstig van verveelde en opstandige pubers, en de criminelen die in naam van Satan zouden werken bleken toch alleen te opereren. Uiteindelijk, begin jaren ’90, ebde de paniek weg.

Satanisme volgens Stichting Alternatief Beraad

Een ander probleem met het artikel in Sp!ts is het vage woordgebruik. ‘Satanisch’, staat er prominent in de titel, maar het enige wat hiernaar verwijst is het terloops noemen van een omgekeerd kruis als symbool dat gebruikt wordt bij het misbruik. Naast dat ik me (gelukkig) niet voor kan stellen hoe zoiets een rol kan spelen bij misbruik, is het nogal mager bewijs voor het satanistische karakter van de mishandelingen. De andere kenmerken van ritueel misbruik die in het artikel worden genoemd, zijn: angstaanjagende offerrituelen, kinderprostitutie, bedreiging met de dood, gedwongen drinken van bloed, vernedering, programmering (ze blijken volgens hun eigen onderzoeksverslag te doelen op conditionering), manipulatie, dierenmishandeling. Geen frisse lijst, dat is duidelijk. Maar ook één die veel vragen oproept. Wat zijn precies die angstaanjagende rituelen? Is vernedering en manipulatie niet inherent aan elke vorm van kindermishandeling? Op de website van de stichting staat het satanische karakter als volgt uitgelegd:

Ritueel misbruik is het systematisch sadistisch mishandelen van kinderen, volwassenen en dieren in een rituele setting. De ideologie van een groep wordt gebruikt om het misbruik te rechtvaardigen en het misbruik wordt gebruikt om de groepsideologie hoog te houden. In principe kunnen vele ideologieën als basis dienen. Het satanisme is één van die ideologieën. (…)Ritueel misbruik kan bestaan uit: lichamelijke, emotionele, mentale en seksuele vormen van misbruik. (bron)

De stichting biedt nog meer informatie over satanisme aan in een handig documentje. Hierin worden enkele feiten over satanisme omwikkeld met bijbelcitaten om te kunnen concluderen dat het inderdaad gaat om een verering en praktisering van het ergste kwaad. Hoewel deze visie vast goed aansluit bij de opvattingen van voorman Anne de Vries, zijn zij niet bepaald een objectieve studie naar de aard en omvang van het moderne satanisme. Om het eufemistisch te stellen: er is geen sprake van een objectieve kijk op satanisme. De bewering dat zij ‘de dood vieren in plaats van het leven’ bijvoorbeeld, slaat de plank volledig mis. Hoe teksten uit Leviticus over voedselvoorschriften voor de Joden inzicht kunnen geven in modern satanisme is me een raadsel. Zij zouden een voorbeeld zijn van elementen uit het joods-christelijk geloof die door de satanisme worden omgekeerd: een verbod op bloederig vlees wordt het ritueel drinken van andermans bloed. Het lijkt erop dat de levensvisie van de onderzoekers het hen onmogelijk maakt om onderscheid te maken tussen gedrag dat zij persoonlijk afkeuren (hedonisme, individualisme, vrije seksualiteit) en misdadig en pervers gedrag.

Wat is satanisme dan wel?

De argeloze lezer van het artikel in Sp!ts zou kunnen denken dat satanisme vooral te maken heeft met omgekeerde kruizen, dierenmishandeling en bloeddorstige rituelen. Een misvatting.

The Church of Satan werd in 1966 opgericht door Anton Szandor LaVey (in 1930 geboren als Howard Stanton Levey). Deze zelfbenoemde ‘priester van Satan’ richtte zich met veel gevoel voor dramatiek en theater tegen de christelijke God en kerk en de bijbehorende waarden als kuisheid en matigheid, en verheerlijkte hedonisme en liberalisme. Hij verwierp het bestaan van een god – en daarmee ook het bestaan van een duivel. Satan werd niet aanbeden als een alternatieve superkracht, maar fungeerde als het symbool van bevrijding van religieuze regels (hoewel deze opvatting niet door iedereen die zich satanist noemt, wordt onderschreven; er zijn zeker ook theïstische satanisten).

Het moderne satanisme is ontstaan in een christelijke cultuur, en maakt van de door deze godsdienst geleverde symbolen en opvattingen gebruik om de eigen identiteit te definiëren. Zo is er inderdaad sprake van ‘omkering’ van christelijke symbolen en waarden, maar zo letterlijk als de stichting het neemt (‘bloed eten’) is niet bepaald een standaard onderdeel van het satanisme. Veel meer gaat het om het omkeren van dogma’s: leven in het hier en nu in plaats van voor een hiernamaals, leven voor jezelf in plaats van voor een groep, controle over je eigen leven in plaats van opoffering en bescheidenheid. Misschien niet direct een levenshouding die veel christenen aanspreekt, maar nog steeds mijlenver verwijderd van geweld en misbruik.
Satanisme is tegenwoordig verdeeld in verschillende stromingen, zoals het een religieuze beweging betaamt. Er zitten theïsten tussen en non-theïsten, jeugdige geïnteresseerden en ervaren aanhangers. En hoewel zij over veel dingen met traditionele christenen van mening zullen verschillen, is ook voor hen seksueel misbruik een misdaad.
Voor meer informatie over satanisme, zie de leeslijst onderaan, of klik door naar de informatieve demografische studie van J.R. Lewis in de Marburg Journal of Religion.

‘Onderzoek’

Nu is het helaas waar dat misbruik in alle lagen van de bevolking voorkomt. De recent naar boven gekomen schandalen in de katholieke scholen laten zien dat theoretisch celibaat en het moreel afkeuren van praktijken niet betekent dat deze niet gebeuren. Het valt dus zeker niet uit te sluiten dat misbruik ook voorkomt in satanistische kringen. Maar zelfs de verdere uitleg van de term door de stichting zelf heeft weinig van doen met satanisme. Het verschil met ‘normaal’ misbruik lijkt vooral het georganiseerde karakter te zijn, wat deels samenhangt met de commerciële doeleinden van zulke netwerken. Ook zou er sprake zijn van ideologische cults, waaronder satanisme. Verschrikkelijke praktijken, maar vragen die worden opgeroepen, worden nergens beantwoord. De bronnen voor de beweringen van Alternatief Beraad zijn interviews met 28 hulpverleners die 109 cliënten vertegenwoordigden over een tijdspanne van 7 jaar (2001-2007), over ervaringen die door deze cliënten waren opgedaan vanaf de jaren ’50. De onderzoekers beseffen zelf blijkbaar ook dat dit niet de meest betrouwbare methode is:

Wij willen de lezer er overigens op wijzen dat wij met dit onderzoek niet hebben beoogd vast te

stellen of en in hoeverre bepaalde herinnerde en aan ons vertelde gebeurtenissen feitelijk hebben

plaatsgevonden. Wel hebben wij beoogd aannemelijk te maken dat er een grote mate van

waarschijnlijkheid bestaat dat althans een deel van wat we te horen hebben gekregen wel degelijk inhoudelijk correspondeert met wat in sommige groepsverbanden plaatsvindt. Ons is het er om te doen hier op de aandacht te vestigen van diegenen die beroepshalve of anderszins nu en dan met dit soort getuigenissen te maken hebben of krijgen. (bron)

De vragen die aan de hulpverleners zijn gesteld (p. 5) helpen niet bepaald mee om de objectiviteit en feitelijkheid van het onderzoek te vergroten. Er wordt vooral gevraagd om een eigen invulling en interpretatie van waarnemingen die zouden kunnen wijzen op een eventuele aanwezigheid van misschien wel een satanische cult. Hoe echt de verhalen van de cliënten misschien ook zijn, deze wijze van onderzoek maakt ze absoluut niet geloofwaardig. Dat kan toch niet de bedoeling zijn.
Een ander punt van kritiek is dat elke niet-geretourneerde vragenlijst of afgezegd gesprek wordt opgevat als ondersteuning van de resultaten van de hulpverleners die wel meewerkten . Degenen die geen gegevens hebben gedeeld staan symbool voor de verborgen wereld van nog meer gevallen van mishandeling –voor elke tweedehands getuigenis van 18 medewerkers een vragenlijst invullen, staan de verborgen getuigenissen van de 24 mensen die hem niet hebben ingevuld. Zo tikt het aantal gevallen van ritueel misbruik lekker aan…

Hoe kan een onderzoek op basis van getuigenissen uit de tweede hand, met bronnen die niet primair uit waren op het achterhalen van de waarheid, dienen om de ernst en omvang van deze gebeurtenissen onder de aandacht te brengen? En hoe kan zo’n eenzijdig verhaal vervolgens terechtkomen op de voorpagina van een landelijke krant?

Conclusie

Moeten we dus niets geloven van getuigenissen van ritueel misbruik? Nee, dat zeker niet. Mensen die deze ervaringen hebben (of denken te hebben) moeten serieus worden genomen en geholpen worden. Dit betekent echter niet dat er sprake is van een wijdverbreid netwerk van satanistische kindermisbruikers. Als er sprake is van misbruik zal daar onderzoek naar moeten worden gedaan en waar mogelijk moeten de daders vervolgd worden (en vaak is dit niet mogelijk door allerlei complicaties zoals gebrek aan bewijs. Een soms zure, maar geldige reden om niet over te gaan tot vervolging). De stichting klinkt verongelijkt als zij stelt dat er geen specifieke wetgeving is tegen ritueel misbruik. Blijkbaar is de bestaande wetgeving tegen kindermisbruik voor hen niet genoeg. Als blijkt dat deze praktijken bewezen kunnen worden, zullen de daden voor zich spreken en bestraft kunnen worden (seks met minderjarigen, mishandeling, bedreiging, het fabriceren en verspreiden van kinderporno, et cetera zijn immers stuk voor stuk strafbaar). Als zij niet bewezen kunnen worden is een sensationele krantenkop met een misleidende associatie met satanisme in ieder geval niet de manier om de boodschap over te brengen. Het doel van bespreekbaarheid wordt compleet voorbij geschoten als een andere groep ermee gestigmatiseerd wordt.

Meer lezen

  • Bromley, D. (2005) ‘Satanism’ in Jones, L. (ed.) Encyclopedia of Religion, part 12, 2nd edition, Detroit: Macmillan Reference USA, Thomson/Gale, pp. 8126-8129.
  • Frankfurter, D. (2006) Evil Incarnate. Rumors of Demonic Conspiracy and Satanic Abuse in History, Princeton: Princeton University Press.
  • Victor, J. (1998) ‘Moral Panics and the Social Construction of Deviant Behavior: A Theory and Application to the Case of Ritual Child Abuse’, Sociological Perspectives, Vol. 41, No. 3 (1998), pp. 541-565.
  • Stichting Alternatief Beraad, met name Rapportage van een onderzoek en het vervolg daarop.
Advertenties

Tags: , , , , , ,

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: