Wie we willen zijn: Nederlands religieuze identiteit II

bron: vicci / Moon Stars and Paper

Om een compleet verhaal te vertellen over de Nederlandse religieuze identiteit zijn herinneringen belangrijk. Zij geven ons een context – een tijd en plaats waarin we behoren. Hierover schreef ik in het eerste deel over de Nederlandse identiteit. Daarnaast is karakter een belangrijk onderdeel van een identiteit. Daarover gaat dit tweede deel.

Wat zijn de belangrijkste karakteristieken van de Nederlandse religieuze identiteit? Net als bij individuele personen zijn het niet de afzonderlijke trekken die iemand uniek maken, het is juist de combinatie van verschillende trekken die er, samen met de unieke ervaringen, voor zorgt dat iemand zich ontwikkelt tot een uniek mens. Ik heb vier eigenschappen gevonden die kenmerkend zijn voor onze religieuze identiteit.

Vrijheid

Misschien wel de meest onverdeeld geaccepteerde waarde die Nederlanders bindt: vrijheid. Maar gelijk na omarming van vrijheid volgt verdeeldheid, want wiens vrijheid is het belangrijkst? Waar trekken we grenzen die onvermijdelijk zijn om goed te kunnen samenleven? Deze vragen staan centraal in het huidige debat over vrijheid van meningsuiting versus vrijheid van godsdienst.

In religieuze context betekent vrijheid vooral: vrij zijn om te kiezen voor je eigen geloof of om te kiezen voor géén geloof. Vrijheid is ook een voorwaarde geworden om ergens bij te horen: we willen best ergens bij horen, maar we laten ons niet de wet voorschrijven. Kerken die zich bemoeien met het privéleven van de gelovigen, of heilige boeken die voorschrijven hoe men moet leven, worden door steeds meer mensen met opgetrokken wenkbrauwen bekeken. De groeiende groep ‘ongebonden spirituelen’ (bron, p. 176), mensen die zich religieus of spiritueel noemen maar niet behoren tot een bepaalde kerk of stroming, is kenmerkend voor deze drang naar individuele vrijheid en autonomie.

Onbegrip en angst voor de islam zijn deels te verklaren door deze nadruk op persoonlijke vrijheid. Hoewel secularisatie en individualisme zeker ook van invloed zijn op de islam in Nederland, is het dominante beeld van dat geloof dat het groepsbelang stelt boven individuele belangen. Onbegrip over dit (vermeende) verschil slaat soms door in de angst dat moslims ieders individuele vrijheid willen inperken, en ons hun religie en wetten willen opleggen. Ironisch genoeg komt deze juist angst voort uit de neiging moslims niet als individuen te zien, maar als een soort uniforme massa die over alles hetzelfde denkt en één gezamenlijk doel heeft: het islamiseren van Nederland.
Ook in de discussie over de hoofddoek is vrijheid het centrale thema. Moeten vrouwen bevrijd worden van de hoofddoek, of moeten ze vrij zijn om hem te dragen? Hierover zijn de meningen sterk verdeeld, ook onder moslims. Voor vrijheid geldt dus: we vinden het allemaal belangrijk, maar we zijn er niet over uit welke vorm van vrijheid nu het meest wenselijk is.

Syncretisme en pluraliteit

Een tweede karakteristiek van de Nederlandse religiositeit is het pluralisme. Door de jaren heen hebben veel religies zich in Nederland gevestigd, soms met veel bombarie, soms heel onopgemerkt. Het hindoeïsme leeft vooral binnen de grenzen van de gemeenschap die haar meebracht. Boeddhisme en New-Age zijn beide stromingen die erg flexibel bleken, en die zich verschillende gedaanten onder de bestaande religieuze tradities hebben gemengd. Nederland kent een eclectische religiositeit, waarin verschillende aspecten van verscheidene tradities moeiteloos worden samengevoegd, al naar gelang de smaak van de gelovige. Het onderscheid tussen verschillende religies en stromingen vormt geen belemmering meer, waarheden worden overal gevonden en de aspecten die minder tot de verbeelding spreken worden gemakkelijk verworpen.

Sommigen zien dit als een verarming, als een oppervlakkige manier van geloven voor luie mensen die zich niet echt durven overgeven aan geloof, die geen offers willen brengen of moeite willen doen, en die alleen de leuke en mooie delen willen erkennen zonder respect voor de context van al die verschillende ideeën en rituelen.
Anderen zien het juist als een verrijking, als een manier om waardevolle lessen uit alle tradities te halen en zich niet te beperken tot één van de vele wijsheden die er te vinden zijn. Dat een religieus systeem toevallig zo gevormd is, betekent voor hen niet dat daarbuiten geen geloof (of praktijk) van waarde te vinden is. Deze mensen willen niet een traditie of autoriteit bepalend laten zijn voor de inhoud van hun geloof, zij nemen zichzelf, hun eigen gevoel en beoordelingsvermogen, als maatstaf.
Hoe men er ook over oordeelt, de neiging om in alle tradities iets van waarde te vinden nuanceert de houding van de Nederlanders naar exotische religies méér dan vaak blijkt uit de meningen over de islam, die zo gretig worden opgetekend.

Gerelateerd aan pluralisme is relativisme. In een pluralistische samenleving is een zekere mate van relativisme nodig, al is het maar omdat de staat zich tot doel heeft gesteld neutraal te staan tegenover religie. Maar relativisme wordt door velen ervaren als een bedreiging, een ontkenning van de waarde van onze cultuur. Dan wordt het gezien als een bedreiging van onze identiteit en niet als onderdeel ervan.

Secularisme, scepticisme en rationaliteit

Een steeds terugkerend thema in de Nederlandse religiositeit is rationaliteit.
We staan erop dat we redelijke, nuchtere mensen zijn die met beide benen op de grond staan. Toen tijdschrift Quest Psychologie in 2010 een themanummer uitbracht over spiritualiteit, stond met grote letters ‘100% zweefvrij!’ te lezen op de cover. We moeten vooral niet denken dat het over vaag bijgeloof gaat.
Deze rationaliteit dient zelfs om het geloof extra waarde te geven: ‘Ik ben heel nuchter, maar wat ik nú toch heb ervaren…’ (Zie 1, 2, 3, 4, 5).
Er heerst angst onder gelovigen om gezien te worden als hersenloze volgelingen die niet zelf willen nadenken. Die angst is terecht, want zo wordt regelmatig over gelovigen gesproken. Het is dus niet zo vreemd dat zij willen benadrukken dat zij geen domme mensen zijn en dat zij kritisch reflecteren op hun geloof. Tegelijkertijd wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen religie en spiritualiteit, waarbij religie staat voor doctrine en groepsdenken, en spiritualiteit voor persoonlijke ervaring en wijsheid. Hierin is precies hetzelfde vooroordeel aanwezig over religie als irrationeel en onnadenkend.

Wetenschap heeft in onze samenleving een hoge status. ‘Wetenschappelijk bewezen!’ is een opsteker voor zowel huidcrèmes als religieuze claims. Zelfs stromingen die zich af lijken te keren van wetenschappelijke verklaringen van het leven en de natuur, grijpen elke mogelijkheid aan om diezelfde wetenschap te gebruiken om hun eigen claims te staven. Het wordt dan duidelijk dat rationaliteit, redelijkheid en bewijs voor alle partijen belangrijk zijn. Het verschil ligt in de waardering van wat redelijk is, en van wat als bewijs kan gelden.

Persoonlijke ontwikkeling

Het klinkt misschien vreemd om ‘persoonlijke ontwikkeling’ te zien als een karaktertrek, maar de zoektocht hiernaar is kenmerkend (maar niet exclusief) voor de Nederlandse religiositeit.
De hevigste kritiek op religie is vaak gericht tegen alles wat als beperkend wordt gezien voor het individu: achterstelling van vrouwen en minderheden, het opleggen van regels (van voedselsuggesties tot sociale normen), het onderdrukken van seksualiteit en andere passies.

Geheel passend in deze tijd van individualisme en de zoektocht naar geluk, worden religie en spiritualiteit nu vooral gezien als positief en waardevol voor zover zij het individu verder helpen in zijn zoektocht naar inzicht, kennis, geluk en ontplooiing (zoals ook het Reformatorisch Dagblad is opgevallen). Dit is zichtbaar het belang dat wordt gehecht aan claims over religiositeit en gezondheid; aan de populariteit van yoga, mindfulness en meditatie als ontspanningstechnieken die beloven je een gezonder, evenwichtiger, gelukkiger mens te maken; aan de grote populariteit van boeken, websites (1, 2), en tijdschriften als Happinez. Dit blad laat duidelijk zien wat het ideaal is: toegankelijke ideeën en technieken die zorgen dat de aanhanger zich goed voelt over zichzelf en die hem helpt een gezonder, wijzer, en gelukkiger mens te zijn. Spiritualiteit heeft dan als voornaamste doel: ons leven beter maken. Dit staat in schril contrast met religieuze tradities die tijd, geld, en vooral discipline eisen. De vraag is niet of men wel een goede gelovige is, de vraag is of religie wel voldoet aan onze eisen. Religie is vaak niet meer vanzelfsprekend, maar wordt bewuster en kritischer bekeken om te zien of er misschien iets in zit wat de persoon verder kan helpen. Religie is de ultieme zelfhulp.

Deze neiging om zelf te selecteren wat uit welke religie van belang is, heeft een grote pluraliteit tot gevolg. Dat komt niet alleen voor de rekening van religieuze zoekers, ook mensen die ‘gewoon’ bij een kerk of stroming horen zijn minder bereid zich te voegen naar de wetten van het geloof. De geestelijkheid is niet meer onaantastbaar, haar woord is niet meer allesbepalend.

De Nederlandse religiositeit heeft dus vele gezichten. Veel gedeelde waarden zijn erin terug te vinden: vrijheid, ruimte voor pluraliteit, nadruk op persoonlijke ontwikkeling. Tegelijkertijd zijn er grote verschillen, die voortkomen uit de verschillende invullingen van de gedeelde waarden. Moeten we compleet vrij zijn om onze religie te praktiseren, of moeten we vrij zijn om alles over religie te kunnen zeggen? Hoe vrij laten we mensen die andermans vrijheid inperken, en wat als de ‘ingeperkten’ daar zelf ook voor kiezen?
We zien onszelf als nuchtere mensen die zich niet zomaar wat laten voorschrijven. We zijn kritische consumenten van een kant-en-klare spiritualiteit, maar tegelijk zijn we onze eigen leidraad en blijven we op zoek naar zingeving.

Vrij. Tolerant. Kritisch. Individualistisch. Zoekend. Nuchter. Christelijk. Seculier. Ietsist. Pluralistisch. We weten wie en hoe we zijn. Hoe we dat moeten vormgeven terwijl we met zovelen samenleven, daar zijn we nog niet over uit.

Advertenties

Tags: , , , , , ,

3 responses to “Wie we willen zijn: Nederlands religieuze identiteit II”

  1. rob van hove says :

    Beste Marije,

    Ik heb met veel plezier je tweede artikel gelezen.

    In tegenstelling tot je eerste bijdrage, ben ik even gaan ‘doorklikken.’ En hevig geschrokken van het Reformatorisch Dagblad. Het blijft zalven én prikken bij de Reformatorische predikanten! Voor zover, ik die bijdrage als maatgevend mag aannemen..? Oké, ik hoef mij natuurlijk er niet over op te winden, dat is geheel aan mijzelf. Maar toch, denk ik dan. Waar is de tijd gebleven, dat de dominee en de koopman voor het oog van de camera het pertinent oneens met elkaar waren. Eind jaren tachtig en halverwege de negentiger jaren, kon je nog opgeschrikt worden door een dominee Visser. Die het niet zo nauw nam. En nog niet zo heel erg lang geleden riep een hoge Katholieke ambtsdrager, dat iemand die geteisterd wordt door honger en géén geld zijn brood mocht stelen! Waar zijn deze geestelijke helden gebleven? Of moeten we het tegenwoordig louter hebben van die mooie man uit het Vaticaan? Die Nederlander; de bedrijfspoedel van het Vaticaan! Ja, idd, ik heb Antoine B. op het netvlies. De man die o.a. bij M. van Nieuwkerken zijn kerk op moedige wijze mag komen verdedigen. En daar ook heel vaak in slaagt. Want hij prikt op de momenten, dat zalving wordt verwacht. En zalft wanneer iedereen op het puntje van zijn kijkers stoel gaat zitten. Persoonlijk, vind ik deze vertegenwoordiger van de R.K. in Nederland: OKÉ.

    Rob

    PS. Het zou Antoine B. sieren wanneer hij ooit nog is zou gaan pleiten tegen het celibaat.

  2. rob van hove says :

    …Ik ga een poging wagen een leken antwoord te karakteriseren op jouw vraag:”Is persoonlijke ontwikkeling te zien als een karakter..trek.”(kende) beweging naar de bron/religie? Je herkent misschien je eigen retorische vraag niet meer. Nee. Ja. Het geef niet, want ik heb jouw vraag omgebogen naar mijn eigen beleving. Als het gaat om persoonlijke ontwikkeling en religie.

    Mijn begin antwoord is: Nee, persoonlijke ontwikkeling is niet een karaktertrek of iets dergelijks. Jammer!? Nee: want daardoor kunnen jij en ik redelijk gemakkelijk met elkaar omgaan. Kijk, religie is jouw vakgebied. En voor mij een zoektocht naar het midden tussen:

    – ratio
    – emotie
    – gemoedsrust
    – materialisme.

    Onze beide karakters + hun trekken naar boven (naar het algemeen goede), naar beneden (richting het eigen belang). Plus de trekken naar het verleden en toekomst. Die botsen niet wanhopig. Tenminste, ik ken je al een heel mensenleven (ik jouw en jij mij.) En toch zijn de wederzijdse botsingen op 2 handen te tellen. Of ik moet een slechte teller zijn haha

    Kort en bondig samengevat: mijn karakter is een samengestelde identiteit, uit “vier” menselijke trekken:

    -ik trek richting het goede..
    -ik trek ook richting het slechte.. bv egoïstische trekjes…
    -ik trek vanzelfsprekend aan op het verleden..
    -ik trek godzijdank mij steeds minder aan van het verleden; en bind me aan een hoopvolle toekomst..

    Ik heb vier tussen ” ” geplaatst, want feitelijk moeten het er zes zijn. Maar die komen hieronder aanbod. Ik had ze er ook direct bij kunnen zetten. Maar ik ontdekte die verstekelingen pas later. Je moet weten dat ik dit verhaal intuïtief schrijf. En om de authenticiteit niet te verzwakken, loop ik nu alles nog even door. Maar zonder lacunes e.d. te maskeren. Zoiets is niet rationeel. Maar het is voor nu een niet anders mogelijk.

    Ik pak de draad weer op…
    Persoonlijke ontwikkeling heeft godzijdank niets met onze menselijke karakters vandoen. Ik sluit hierbij aan bij wat ik hierboven noemde mijn zoektocht naar het midden. Ik bedoel daarmee dat ik mijn karakter(trekken) verder met rust wil laten, want die maken in één leven het verschil niet. Die mogen zelfs constant zijn. Dan weten wat we aan elkaar hebben: identiteit weet je nog wel? Of je moet de innerlijke behoefte willen naleven, die je aanzet tot het op de schop nemen van je redelijke vaste karakter. Wat een risicovolle onderneming kan betekenen, want je kent tijdelijk jezelf niet meer terug. Ik noem dat een identiteitscrisis.

    Nee. pers. ontwikkeling is nieuw begrip voor een oude waarheid. Ik schat in dat ik nu ga vloeken in de wetenschapskerk. Maar ja. Je kent mijn vijfde karaktertrek: ik zweef af en toe… En ik ben er van overtuigd, dat ieder mens: wel of geen wetenschapper zo nu en dan, deze karaktertrek uit de hoge hoed tovert. Ik zal niet uit de school klappen. Maar ook jij als cum laude afgestudeerde wetenschapper, kent dit vrij onbekende deel van de algemeen menselijke karakter…: het zweven (vijf.). Het opstijgen naar het licht. Of het koesteren van verborgen passies etc. Wees gerust: jij, ik. Allemaal kennen we deze vijfde algemeen menselijke karaktertrek! Met dit verschil dat ik als niet-wetenschapper het ronduit kan vertellen. hahah.

    Dat kent natuurlijk ook zijn nadelen. Want het moet tegenwoordig 100% zweefvrij zijn.

    Nu ik toch een beetje op stoom dreig te komen: ik kan je verzekeren, dat er nog een algemeen menselijke karaktertrek bestaat. Die van het vasthouden aan het leven. Ja, bang om dood te gaan (is karaktertrek zes). In niets zijn wij zo vasthoudend dan aan het materiële leven. Ons fysiek lichaam is ons heilig. Misschien voelde je ‘m al aankomen? Ik zei: heilig. Wij allemaal, weten onbewust, dat het fysieke lichaam. Het hoogste goed is wat wij hebben gekregen. En dat wij hier dus heel zuinig op moeten zijn. Logisch, want wij hebben er ieder maar 1 van.

    Persoonlijke ontwikkeling zegt niks over religie..
    Ik zal het toelichten: het hoogste doel van elke religie is het het herstellen van de gebroken relatie tussen Adam en Eva en het paradijs. Je zou ook kunnen zeggen: de oneindige communie met God om niet meer te hoeven lijden. Ik weet het is riskant, wat ik beweer. Ik weet het. Want van een herstel kun je alleen spreken als er iets stuk is. En dan zal jij of een ander misschien zeggen: nou, je zegt het zelf al. Adam en Eva hebben hun paradijs relatie (het hof van Eeden) met God immers verbroken. Maar waarom? Wil ik je dan vragen: idd om dat ze van de verboden vrucht hadden gegeten. Helemaal eens! Toen brak er iets in God. Toen werden Eva en Adam plus de slang (vergeet die niet) uit het hof verstoten. Hoe dat afloopt dat weten wij allemaal. Dat ik hierboven impliciet zeg, dat de relatie al heel lang niet meer is gebroken, tussen de huidige mens en God. Kan ik pas aan het eind van mijn reactie onder de religieuze loep houden.

    Maar eerst nog even dit. De oude wereld religies vertellen in den beginne allemaal ongeveer hetzelfde drama. Dat God, Dat de Goden. Dat Hij. Dat Hij die waarvan zijn naam niet mocht worden uitgesproken: Jaweh! Jodendom..Toch? Laat ik het houden op God. Dus dat God de aarde schiep in 7 dagen. Ja, want de zondige mens had een verblijfplaats nodig. Kaïn, Abel, Seth enz. De vrouw moest opnieuw worden geschapen. Maar we hadden toch al een vrouw? Hoe dat precies zit is een persoonlijke ontwikkelingstocht absoluut wel waard. En nu ik uiteindelijk mijn bruggetje hebt bereikt. Kan ik met droge ogen beweren, dat persoonlijke ontwikkeling in feite een nieuw woord is voor zoektocht. De tocht die ieder mens maakt nadat hij uit zijn paradijs is gekomen. En dan eerst nog blind is. Om daarna op handen en knieën zijn soms barre lijdenstocht te vervolgen. En dan overgaat tot fier om zich heen kijken. En stappen maakt… Je snapt al dat ik het persoonlijk ontwikkelingsverhaal vertel vanaf foetus, baby, peuter t/m de stervende mens.

    Verantwoording
    Waarom vertel ik het zo uitgebreid? Om dat ik mij al schrijvend van mijn intuïties bewust word. Ik zoek naar antwoorden. Jij doet dat volgens de narratieve weg. Ik via de intuïtieve. De logica is dan niet direct te vinden. Dat is het nadeel van intuïtief schrijven. Dus, wat kan ik dan doen? Ik zet mijn intuïties om tot een logische redenering.

    De logica: jij beweert dat persoonlijke ontwikkeling een karaktertrek inhoud. En plaatst dat in de context van religie. En new age. Je komt dan tot spitsvondige conclusies etc. Allemaal, binnen de krijtlijnen van je eigen vakgebied. Op de keper beschouwd kunnen dan alleen jouw vakgenoten je van repliek bedienen. Want die eren dezelfde gedragscode. Moeten zich houden aan dezelfde beleefdheden e.d.

    Ik zal een logische invalshoek kiezen, die dezelfde uitkomst biedt. Als mijn intuïtieve benadering. De logica controleert dan op innemende wijze de intuïtie!

    Ik begin:

    1. Persoonlijke ontwikkeling is materieel gezien een biologisch-, psychisch- en geestelijk proces. Die in tijd gemeten begint bij de conceptie en eindigt bij de overlijdingakte.

    2. Religie is een onderdeel van een verhaal over de mensheid, die wij noemen: geloof. Maar, omdat je het mensheidsverhaal wetenschappelijk, dus logisch moet kunnen zien te verklaren. Heb jij indertijd gekozen voor de narratieve (uit de psychologie overgenomen) methode.

    3. Een karakter en karakteristieken maken onderdeel uit van de menselijke persoonlijkheid, die wordt geboren om uiteindelijk weer dood te gaan. En nu komt mijn punt: het algemeen menselijke karakter blijft gaandeweg het leven zeer constant m.a.w. die ontwikkelt zich niet, zoals de mens dit: biologisch, psychisch en geestelijk heel duidelijk wel doet. Het mode woord: persoonlijke ontwikkeling is foutief, want logischer is te spreken van zoektocht in het algemeen. En specifiek spiritueel-psychisch in het geval van religie en identiteit.

    4. Logische conclusie: uit helemaal niets blijkt dat de logica gebiedt te zeggen, dat een mens zijn karakter (de zes hierboven beschreven trekken) net zo goed kan ontwikkelen als zijn biologische-, fysiek- en psychisch-spiritueel lichaam. In tegendeel, zeg ik. Want de psyche is de enige die het onmogelijk geachte nog enigszins mogelijk kan maken. Maar dan moet de psyche bereid zijn zich vast te bijten in zijn eigen zesdelige karakter.

    Het is aan onze psyche om het karakter moreel (spiritueel) op te voeden. En dat een gezond religieus leven hier een krachtige bijdrage aan kan leveren? Daar ben ik heilig van overtuigd.

    Nawoord: ik heb een poging gewaagd om via de intuïtieve en logica aan te tonen, dat persoonlijke ontwikkeling een modewoord is. En dat die logisch gezien geen stand kan houden, want zoals ik intuïtief al wist: de zes algemeen menselijke karaktertrekken zijn redelijk stabiel. Persoonlijke ontwikkeling is goed beschouwd iets dat thuis hoort in de psychologie. En niet van toepassing is op de zoektocht naar een religieuze identiteit. Alleen een sterke psychisch-spirituele wil kan zijn eigen karakter enigszins bijsturen, waardoor bijvoorbeeld de angst voor de dood iets vermindert. Of iets minder afhankelijk wordt van behaalde verworvenheden uit het verleden. Maar verwacht geen wereldschokkende veranderingen. Wanneer je als mens verder wilt kijken, dan wat het verleden dicteert. Dan zit m.i.er niks anders op dan een zoektocht te starten naar de morele waarden en die te implementeren in het dagelijkse bestaan.

    Deze morele waarden kunnen we al zoekend vinden in de psyche: -zoals ik aan het begin heb opgesomd- tussen botsende emoties, in de koude ratio, bij de materiële spulletjes waar we zo vaak “verkeerde” identiteit waarden aan ontlenen. En als laatste vindplaats om onze morele vingeroefeningen te doen: ons hart. De plek waar de Ouden al van zeide, dat daar onze morele waarden zich hebben verstopt. Maar dat ze mee naar buiten komen, wanneer wij onze hartstochten in onszelf wakker roepen. “Volg je hart!” Heet het dan. De Modernen, zeggen steeds meer: “volg je hart, maar verlies je hoofd niet..!” Doelend, op een aaneenschakeling van Hart en Hoofd.

    Rob

  3. rob van hove says :

    Beste Marije,

    Ik was vandaag in Groningen (de stad). En onderweg zag ik een reclamebord van de Triodosbank. Met de slogan: Volg je hart, met verstand.

    Even later, was ik in gesprek met een vrouw van iets ouder dan jij. Zij vroeg ineens naar m’n kinderen. Dus, ik vertelde… Dan, dan heb je een hoop te vieren! Zei ze toen. Goh, worden we religieus..!? Pareerde ik haar. Ze schoot in de lach.

    Waarom vertel ik je dit?

    Om dat ik met enige regelmaat je stukken lees. En herlees. En dan zie ik je oog voor wat er zich afspeelt in de wereld. Maar, dan denk ik: wat valt er nog te vieren? In de wereld. Voldoende! Maar niet uiterlijk zichtbaar. Niet op ’t acht uur journaal.

    Op de terugweg. Kwam ik weer langs dat reclamebord. “Volg je hart, met verstand.” Als antroposoof, weet ik welke moeilijke weg je moet afleggen om hoofd en hart met elkaar in verbinding te brengen. Maar dat religie, dat eigenlijk ook wil: met moeite je hart binnendringen. Religie, is geen eendagsvlinder. Religie is het zoeken naar een ingang. En, die ingang gaat via het hoofd. En soms lukt dat. En die momenten mag je dan vieren! Vind ik. En dat vond mijn gesprekspartner ook.

    Dus, als ik mezelf afvraag: of er nog iets valt te vieren in een wereld van haat en vrede? Dan voel ik: ja, er valt wel iets te vieren. Maar dan in de harten van mensen, die de misstanden wel zien (mensen o.a. zoals jij). Dus, niet het vieren van de Praagse Lente. Of de Arabische lente. Welnee, het vieren vindt plaats in de harten en hoofden van met name de jonge mensen. Vieren, dat het je gelukt is om in iets heel ergs, tóch iets van waarde te ontdekken. En die waarde vervolgens in je hart koesteren.

    Wat, een reclameslogan, allemaal niet kan doen hahaha

    Groetjes,

    Rob

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: