Wie wij waren: Nederlands religieuze identiteit I

Bron: Flickr/Walters Art Museum Illuminated Manuscripts

Máxima veroorzaakte nogal wat oproer met haar constatering dat ‘de Nederlander’ niet bestaat. Dit werd door sommigen opgevat als een ontkenning van een Nederlandse identiteit als geheel, terwijl haar opmerking gericht was tegen het vatten van die identiteit in één woord of zin, tegen het simplificeren en statisch maken van wat het betekent om Nederlander te zijn.

Geïntrigeerd door alle ophef, besloot ik mijn scriptie te schrijven over de religieuze identiteit van Nederland. Gewapend met verschillende theorieën over narratieve identiteit (waarin de media het verhaal van het land vertellen) en identiteitscrises, heb ik geprobeerd het religieuze aspect ven de Nederlandse cultuur te karakteriseren. Omdat het hier om een narratieve identiteit gaat, is het belangrijk te benadrukken dat hier sprake is van een zelfdiagnose: dit is het verhaal dat Nederland via de media over zichzelf vertelt. Zoals elk verhaal is het een interpretatie, een selectie van alle feiten en gebeurtenissen die onze historie rijk is. Sommige gebeurtenissen zijn allang weer vergeten, andere worden uitvergroot en doorgegeven omdat zij van groot belang worden geacht. Alleen al dat gegeven maakt dit onderzoek interessant: hoe zien wij onszelf? Waar richten we de schijnwerper op en wat laten we liever buiten beschouwing?
Voor een complete identiteit zijn, naast karaktertrekken, ook herinneringen nodig. Iemand zonder herinneringen kan immers geen zelfbewustzijn hebben, geen idee van zijn eigen historische en culturele context. De vraag ‘Wie ben ik?’ kan niet alleen beantwoord worden met een opsomming van eigenschappen, gevoelens en uiterlijkheden; ervaringen en een besef van ontwikkeling spelen minstens zo’n belangrijke rol. Ik heb drie herinneringen gevonden die van belang zijn voor het definiëren van de Nederlandse religieuze identiteit.

Joods-christelijke wortels

Onze geschiedenis als een joods-christelijk land wordt soms gebruikt als een excuus om vooral christelijk te blijven. Deze tradities worden beschouwd als de basis van onze beschaving, niet zelden om haar af te zetten tegen ‘minder beschaafde’ culturen. Conservatieve politici gebruiken deze herinnering graag (1 en 2). Interessant genoeg worden hier rationaliteit, verlichting, christendom en humanisme gezien als verbonden, een samenspel van krachten die ons hebben gemaakt tot het welvarende en ontwikkelde land dat we volgens onszelf zijn.

Volgens een onderzoek van Becker en Hart voor het SCP voelt ruim zestig procent van de Nederlanders zich verbonden met het christendom; een flink hoger percentage dan het aantal mensen dat zichzelf ook echt beschouwt als religieus (p.10 en 13). Vergeleken met andere culturen, zien we onze religieuze geschiedenis als bewijs van onze beschaving en tolerantie. Later zal duidelijk worden dat diezelfde religie in een andere context juist een negatieve waarde krijgt toegekend.

Soms wordt onze waardering voor iets pas duidelijk als het bedreigd wordt. Dat suggereren in ieder geval de reacties op toenmalig PvdA-minister Vogelaar, toen zij opperde dat op den duur ook de islam onderdeel zou gaan uitmaken van onze cultuur. Deze opmerking werd opgevat als een ideologische uiting en niet als een constatering over het groeiende percentage moslims in Nederland. Hieruit bleek hoe belangrijk het voor sommigen was om vast te houden aan de joods-christelijk-humanistische ‘oorsprong’. Was het niet om de inherente waarde van die begrippen zelf, dan toch om zich af te zetten tegen die andere religie, de islam, die eerder werd (en wordt) gezien als een bedreiging van onze identiteit dan als een aanvulling of verrijking.

Tolerantie en religieuze vrijheid

Een tweede herinnering die het Nederlandse religieuze narratief vormt, is die aan tolerantie en religieuze vrijheid. Tot voor kort waren deze aspecten van onze nationale identiteit iets om trots op te zijn, een bewijs, wederom, van onze beschaving en verlichting. Nog steeds twijfelen weinigen eraan dat Nederland, vergeleken met andere naties, op het gebied van godsdienst erg tolerant was.

De laatste jaren is de waardering voor dit idee echter veranderd. Er is meer kritiek op de tolerantie, het zou ons ‘soft’ maken, blind zijn voor gevaren die ons bedreigen in de vorm van andersdenkenden. De openheid naar andere culturen is gedegradeerd tot links elitair geneuzel; de multiculturele samenleving een waanbeeld dat de eigen cultuur bedreigt. Een radicale omslag dus in de waardering van tolerantie. Deze omslag roept natuurlijk ook een reactie op. Deze komt uitgebreider aan bod in het tweede deel, over de karaktertrekken van de Nederlandse religieuze identiteit. Tolerantie is een gevaar voor de Nederlandse identiteit; religieuze vrijheid was een groot goed, maar het moet wel beperkt blijven tot religies die op de onze lijken. Maar hoe men er ook over denkt, tolerantie wordt wel gezien als typisch Nederlands.

Christendom als kerk, onderdrukking, en conservatisme

Wellicht wat anders van toon dan de vorige twee herinneringen, is dit laatste verhaal over het christendom. Hoewel voor de meesten duidelijk is dat het christendom sterk is verbonden met onze geschiedenis en dus vorming, wordt dat niet alleen als positief gezien als in de eerste herinnering lijkt. We herinneren ons niet alleen verlichting en beschaving, we herinneren ons ook onderdrukking, patriarchaat, conservatisme. Recente schandalen in de katholiek kerk hebben de afkeer van vooral geïnstitutionaliseerde religie sterker naar voren doen komen.

Deze herinnering, aan de negatieve kanten van (vooral) het christendom, is belangrijk omdat zij veel zegt over de identiteit die Nederland verlangt. Goed, we waren dan wel christelijk, opgesloten in onze kerken en zuilen, maar nu zijn we een modern land waarin de scheiding van kerk en staat van groot belang is (1 en 2). Voor veel mensen gaat die scheiding niet ver genoeg. Die zien religie als iets uit het verleden dat daar vooral moet blijven. Nu het zich toch een weg naar het heden heeft gebaand, moet het vooral achter de voordeur blijven. Seculier betekent volgens deze mensen: geen religie in de publieke ruimte, geen last van andermans geloof, geen indoctrinatie op scholen en religieuze bekeringsdrang op straat. Niet alleen de Jehova’s Getuigenmethode wordt dan opgevat als bekeringsdrang, elk teken van religie, elk meningsverschil over het bestaan van God wordt ervaren als gebrek aan respect van religieuze zijde.
Geregeld wordt in deze context een onderscheid gemaakt tussen religie en spiritualiteit. Religie staat dan voor een achterhaalde, hiërarchische, vrouwonvriendelijke traditie; spiritualiteit is de individualistische, vrije, op eigen ervaring gebaseerde tegenhanger. Wat het verder ook inhoudt, men gaat er prat op dat het géén religie is.

Deze herinneringen laten een wat verwarrend beeld zien. Niet zo vreemd, als het narratief via media wordt gevormd door mensen met allerlei achtergronden. Hoewel de cijfers altijd afhankelijk zijn van de bron die gebruikt wordt, is het duidelijk dat Nederland op religieus gebied pluriform is. Een substantieel deel, zo’n veertig procent van de bevolking, is lid van een christelijke kerk, al zijn dit lang niet allemaal kerkgangers. Zo’n zes procent voelt zich betrokken bij de islam, atheïsten en agnosten vormen samen bijna dertig procent. Fascinerend genoeg voelde in 2002 64% zich verbonden met het christendom, en 61% voelde verwantschap met ‘geen geloof’ (Becker en Hart, p. 10). Deze paradox verklaart de tegenstrijdige opvattingen over de plaats van het christendom in de Nederlandse identiteit. Het voert voor nu te ver om deze paradox zelf helemaal uit te pluizen, maar interessant is het zeker! Zijn we gewoon een beetje gek met z’n allen, of is het juist goed mogelijk om tegelijk christelijk én niet-religieus te zijn?

Advertenties

Tags: , , , ,

5 responses to “Wie wij waren: Nederlands religieuze identiteit I”

  1. rob van hove says :

    Nou lieve Marije, van harte gefeliciteerd! Met je wereldse initiatief. Ik bedoel, het vereist nogal wat lef om je in tijd van ontkerkelijking. Als wetenschapper een visie te laten horen. Je plaatst daarmee je zelf op een kruispunt der wegen. En je weet dat kruispunten gevaarlijke plaatsen zijn. Kortom, ik ben heel benieuwd naar je artikelen. En zal niet schuwen om zo nu en dan een gekleurde mening te schrijven als reactie.

    Een klein puntje..
    De narratieve methode is wetenschappelijk. Ik wist niet dat de media hier ook gebruik van maakt. Ik dacht altijd het vertellen van levensechte verhalen, alleen was weggelegd voor: schrijvers. En dan met name romanschrijvers.

    Het is té makkelijk om Maximá te beschuldigen van een beetje “domheid.” Het onderzoek naar dé Nederlandse identiteit, ken ik niet. Niet meer dan dan hoogtepunten, die door de media zijn gebracht. Maar als ikzelf zou mogen antwoorden op de vraag: wat is de Nederlandse identiteit. Dan zou ik verwijzen naar de Nederlandse canon. Dit is ons cultureel erfgoed. En als je deze lijst langsloopt dan kun je een bepaalde emotie ervaren: als Nederlander. Deze emotie zal iemand uit China – die dezelfde canon voorgeschoteld krijgt – absoluut niet hebben. En hiermee vind ik duidelijk aangetoond, dat het begrip identiteit iets cultureels is.

    Een religieuze identiteit, werkt exact hetzelfde als een culturele -. Zet de Tien geboden naast het Achtvoudig pad: en dé Nederlander zal voor zeker kiezen voor de Tien geboden. Terwijl, een boedist zal kiezen voor “zijn” acht leefregels. Waarmee, ik maar wil aangeven, dat er zoiets bestaat als een religieuze identiteit, naast een sociaal-culturele identiteit.

    Succes!

    Rob, Nieuw Scheemda 😉

  2. rob van hove says :

    Het kruisteken

    Ik reageer nog even twee dingen: heb je bewust dat plaatje met een kruisteken naast je openingsartikel geplaatst. En verder zou je het kruisteken kunnen zien als een vervanger van de Tien geboden. Maar ook van het achtvoudig pad. Om maar even een tegenbeeld neer te zetten tussen het Bhoedisme en het vroeg-Christendom. Maar dit terzijde.
    Het kruisteken vind je op tal van plaatsen. En overal heeft het een dien overeenkomstige inhoud of betekenis. Ik zie het bijvoorbeeld boven het altaar. Maar ik zie het ook terug in de oude kerkarchitectuur. Blijkbaar, is het kruisteken vanaf de oorsprong verbonden met geloof en religie.
    Ik vind het gewaagd om te schrijven. En toch doe ik het. Maar zelfs in de heidense tradities vind je het kruisteken. Nog veel meer gewaagd is het om de inhoud/betekenis ervan terug te zien in het publieke domein. Wil je een voorbeeld: wanneer je een andreaskruis tegenkomt, dan sta je zeer waarschijnlijk voor een spoorwegovergang. Het markeert een gevaarlijke plek. Ik wil als punt maken, dat het kruis bijna altijd een waarschuwingsteken voorstelt. Waarbij bij vermeld moet worden, dat de verticaal langer is dan de horizontale lijn. Want anders behoud je wel een kruisteken, maar dan wordt het meestal een + (plus)teken genoemd. Of een X-teken. En voor dat je het in de gaten hebt zit je bij Idols en hun kreet: The X-factor! 

    Terugkomend op jou onderwerp: zelfbeeld en waarnemen; religieuze identiteit. Kan ik de brug slaan tussen het religieus kruis en die in het publieke domein.

    Allemaal kennen we de verschrikkelijke gevolgen van de misbruik door de Nazi’s van de heidense w.o. (rune)tekens. De nazi’s hebben de waardevolle tekens infaam gemaakt d.w.z. ontheiligd. Onverlet blijft dat in juiste handen, deze tekens nog steeds hun krachten kunnen overbrengen. Maar daar wil ik het hier niet over hebben. Ik wil het graag gezellig houden voor Marije. Anders, komen we ongewild in een schimmig gebied terecht. Ik raak het onderwerp maar eventjes aan om aan te geven, dat het nastreven van een religieuze identiteit soms scherpe kantjes kan hebben, wanneer je erover spreekt en/of schrijft. Ofwel, het roept bijna altijd een sfeer op van voor en tegen. Tot zelfs moord en doodslag. Mede daarom ben ik terughoudend in mijn privé uitlatingen.

    Waar wil ik naartoe?
    Simpel, een religieus onderwerp kan heel gemakkelijk ontaarden in een gewelddadige vorm van communicatie; zie wat er gebeurt in de orthodox christelijke culturen! Daar worden homo’s en anders gezindten nog steeds aan het kruis genageld. Idd, dit “recht” is niet alleen voorbehouden aan religieuze groeperingen. Ook wij gewone burgers doen hier dik aan mee. Het begon in mijn leven al met een kruisje achter mijn naam; op de lagere school. Wanneer de juf of meester even buiten de klas moesten zijn, dan werd het liefste kindje uit de klas uitgenodigd om kruisjes uit te delen. Mijn naam: rob van hove werd dan verlengd met een x-teken. Ach, kinderlijke onschuld. Zul je zeggen. Nou. Aan mijn hoela, kinderlijke schuldbetekenis zul je bedoelen.

    Het ene kind, rechter laat spelen over een ander kind. Zie je later terug als het oordelen van een werkgever over zijn medewerker(s). Nog steeds worden er in het geniep “kruisjes…x…” achter namen gezet bij medewerkers die zelfstandig hun morele wetten volgen. Die o.a. een ander niet aan het kruis willen nagelen. Maar vanwege de concurrentie nu eenmaal leugens en achterklap moeten doorbrieven. Wij zijn dit met elkaar de zgh. Vrije markt gaan noemen. Of het kapitalisme. En als we dit willen legitimeren dan noemen we dit democratisch. Of verwijzen naar de gothfather van de vrije markteconomie: Adam Smith. Zonder erbij te vertellen, dat deze man een heel andere vrijheid voor ogen had, dan de captains of industry ons voorspiegelen. Maar die timmeren liever een spijker (nagel) aan jouw en mijn doodskist. Met andere woorden: ze vernachelen de menselijke waardigheid + milieu.

    Ik pleit…
    Ik zou willen pleiten voor een andere benadering van de moderne wereldreligies. Ik zie in een Nederlandse open samenleving graag de verschillende religies naast elkaar bestaan. En dit kan allemaal onder het teken van het kruis. Ik bedoel, zolang niemand een medemens onterecht beklad, dan hoeft niemand De Liefde te vragen deze bekladding ongedaan te maken.
    Je voelt ‘m misschien al aankomen?
    De Liefde is universeel en mag / kan niet worden geclaimd door welke (wereldse)leider of religie dan ook. God heeft 1 mens uitverkoren om geheel onvrijwillig en persoonlijk Het Kruis te dragen. Om daarna als Vrij Mens weer op te staan. Dit offer staat bekend als de opperste daad van De Liefde. Godzijdank, hoefde dit offer maar eenmalig te worden gedaan. Maar, zolang wij individuen elkaar blijven onthouden van onze eigen kleine liefde. Moet er 1 God, 1 Liefde en 1 Helende Geest (de Heilige triniteit) zijn die ons mensendom met elkaar verenigt.

    Kort samengevat
    Het Kruis is hét teken aan de mens om te beseffen, dat niemand in de wereld het recht heeft om een ander de maat te nemen. Ik laat dan de rechterlijke macht buiten beschouwing. Dus, is het aan ieder mens gegeven om zichzelf de maat af te nemen. Dat je hiervoor een hoge mate van zelfkennis (zelfbeeld zoals Marije dit noemt) moet zien te ontwikkelen, spreekt bijna voor zichzelf!

    Rob van Hove

  3. marijeverkerk says :

    Hé Rob!

    Bedankt voor je uitgebreide reacties. Alvast een kort antwoord.

    Over je eerste punt: we zijn allemaal vertellers. Het idee van een narratieve identiteit heb ik uit de psychologie. Ik heb het geprojecteerd op de media om te kijken wat daaruit zou komen. Ik geloof niet dat media hier zelf op die manier bewust gebruik van maken, maar het leek me interessant om te zien of je hun functie op die manier zou kunnen zien, als de vertellers van de nationale identiteit.
    Ik ben het zeker met je eens dat identiteit cultureel is. Onze canon is daar zeker onderdeel van, maar deze canon is een selectie. Om tot een net lijstje te komen zijn veel dingen weggelaten, en we zijn ook geneigd verbanden te leggen. We maken dus van feiten toch weer een eigen verhaal. Als iets wordt genuanceerd, of er duikt een feit op dat niet in het verhaal past zoals dat volgens ons is, dan moet dat feit aardig wat moeite doen om te worden opgenomen in de canon.

    Je voorbeeld over de Tien Geboden versus het Achtvoudig Pad is interessant – veel Nederlanders voelen zich juist steeds minder aangetrokken tot die geboden en meer tot het boeddhisme. Een culturele/religieuze identiteit zit dus niet op slot, maar staat open voor elementen uit andere culturen. Of de Nederlandse versie van zenboeddhisme nog lijkt op de oorspronkelijke Aziatische versie is weer een andere kwestie.

    • rob van hove says :

      Nee, jij bedankt! Voor je uitgebreide openingsverhaal (lees: beknopte samenvatting van je afstudeerstuk.) Hiermee, heb je ook de klasse van de niet-geletterde weten te bereiken. Uiteraard, bedoel ik mijzelf hiermee als eerste. Maar was het niet ooit de doelstelling van de wetenschap om de religie in woord verder onder het volk te verspreiden. Nadat, de oude religieuze beelden letterlijk werden gesloopt? Maar dit terzijde.

      Narratieve methode
      Ik heb een beetje ervaring met de narratieve onderzoeksmethode. Namelijk, in de vorm van dé bedrijfsbiografie. Ik deed dit i.s.m. met Silvia. Zij was goed in het opnemen en verwerken van de persoonlijke verhalen. Ik moest het meer hebben van mijn hobby; het blootleggen van de rode draad in het totale bedrijfsverhaal. Dit brengt mij op het punt van de culturele feitenrelaas.

      Dat achteraf ontdekte cultuur feiten niet gemakkelijk hun plaats kunnen innemen, die ze op grond van hun feitelijkheid verdienen is eigenlijk heel menselijk. Mensen zijn nu eenmaal voor een groot deel gewoonte-dieren! Nee, mensen zijn géén dieren. Maar ze hebben de gewoonte zich zo te gedragen. Dieren zijn niet geïnteresseerd in feiten noch in een identiteit. Maar dieren zijn wel weer heel macht wellustig. En wij mensen hebben dit ook: het willen hebben van macht. Dieren vermaken zich met het spelen om de macht. Wij, mensen niet. Wij noemen het wel zo: machtsspel. Maar, wij ontlenen er onze welstand en onze identiteit aan. Dat hoeft een dier niet. Die is gezond en sterk. Of niet. En de sterkste hebben nu eenmaal de macht om zich dan vrij ruim te mogen voortplanten. Darwin! Die trouwens niet van zijn geloof is afgevallen. Hij was een Christenmens in hart en nieren. Maar het waren zijn volgelingen. Die slim genoeg bleken om te begrijpen dat het de natuur was, die zelf uitmaakte wie zou overleven. En niet God. Hij had de natuur wel geschapen. Ja, dat wel. Maar Hij had de natuur een zelf ontwikkelend vermogen meegeven. Die door Darwin als een van de eerste wetenschappers werd ontdekt. Beter bekend onder de titel: de macht van de sterkste.

      Macht ontwikkeling..
      Maar op macht zie je erosie ontstaan. De nieuwe wereldburger (via internet e.d.) bepaalt zélf wel wat hij of zij relevant vindt of niet. Kijk, maar naar de Arabische landen en hun bloedige revoluties. De oude macht legt de nadruk nog steeds op de verouderde religie. De ondernemers in die religieus geleide landen, willen dit niet langer meer. Maar zijn mede afhankelijk van hun politiek-religieus leiders. De trias politica; de scheiding der drie machten; recht-politiek en religie. Is in die landen nog niet doorgedrongen. Logisch! Zul jij misschien denken. Want het zijn overwegend dictaturen. Zeker als je kijkt naar een land als Libië of Syrië.

      Maar is dat zo? Is een land een dictatuur, wanneer het wordt geleid door 1 leider?

      Ik ben meer overtuigd van het feit dat een land wordt geleid onder zijn eigen verleden. Zelfs een dictator als Hugo Chavez is afhankelijk van het rijke olie verleden. Het zelfde geldt voor een kleine oliestaat als Syrië. Het rijke olie verleden houdt zijn machthebbers op zijn plaats. Maar haal de factor olie is weg? En weg zijn ook de dictaturen. Mijn narratieve conclusie is: zolang, je teveel omkijkt naar het verleden met andere woorden te lang teert op je oude succesfactoren. Dat je dan de aanstormende nieuwe mogelijkheden aan je neus voorbij laat gaan. Je mist dan je kansen als land. En zo blijft het verleden het heden te sterk domineren. Totdat, op een goede dag de bodem van de schatkist in zicht is.

      Terug naar jouw vraagstuk: religie en identiteit..
      Religie en identiteit zijn beide ontwikkeling(vraag)stukken. Jij hebt in je afstudeerwerk hierop gehamerd. Dat je alles in een ontwikkelingsperspectief moet zien te vatten. Vandaar, dat jij de woorden van Maximá op de juiste waarde wist te schatten. Maar religie kun je ook in zo’n perspectief plaatsen. Religie vanuit de oudheid geredeneerd is als een stuk ijzer in de regen, dat roest en wordt opgenomen. Door wat..? Door de aarde. De aarde bewaart en verwerkt het ijzerwater om het miljoenen jaren later weer terug te schenken als ijzersteentjes. Welke dan middels verhitting (hoogovens) worden omgevormd tot bruikbare klompen nieuw ijzer. En zo kun je ook kijken naar religie.. Ik bedoel, onze voorouders waren zogezegd: heidenen. Die geloofde in hun eigen vnl. natuurgod. Maar tegenwoordig zijn we een stuk slimmer geworden en hebben we ontdekt, dat God overal is te vinden. Waar je ook kijkt. “Zoek en kijk onder elke steen!” Vertelt de Christus.

      Ik denk dat wij mensen zo ontzettend slim kunnen en ook zullen worden, dat God op een zekere dag zal roepen! “Hee, oehoe! Ik ben er ook nog hoor! Of hebben jullie mij niet meer zo hard nodig als vroeger…?” De Christus, heeft laten doorvertellen (Hee? Doorvertellen… was Hij dan een Narrator?) Dat de mensheid op een goed moment, grotere werken zouden gaan verrichten dan Hij. Nogmaals, ik kan niet alles in 1 x op de schop nemen. Maar je kunt zonder oneerbiedig te zijn óók anders naar religie en onze menselijke religieuze identiteit kijken.

      Gr. Rob

      PS. Sorry, ik was niet van plan om zoveel ruimte in te nemen. Maar ja, religie en identiteit…

  4. Paul says :

    Tolerantie en religieuze vrijheid lijken historisch gezien alleen te kunnen bestaan in tijden van economische voorspoed.
    In het Nederland van de Gouden Eeuw werden andersdenkenden met open armen ontvangen omdat zij zouden bijdragen aan het verhogen van het welvaartspeil. Dat ‘bijdragen’ ligt ook besloten in het woord ‘tolerantie’ (Lat. ‘tollere’ dat o.a. ‘heffen”, dus het betalen van tol, betekent). Je zou kunnen zeggen dat er contributie werd geheven in ruil voor een ongehinderd verblijf in de veilige haven van de Lage Landen. De hoogte van deze contributie, materieel en immaterieel, blijkt vaak omgekeerd evenredig te zijn aan de hoogte van het heersende welvaartspeil. Zo kan een hogere werkeloosheid en schijnbare druk op de arbeidsmarkt voor sommigen tolerantieverlagend en voor anderen tolverhogend werken en leiden tot voorstellen als een ‘kopvoddentaks’.
    De wereldpolitiek wordt gekenmerkt door vergelijkbare vormen van schijntolerantie. Het recentelijk politiek laten vallen van dictators die decennialang gedoogd werden omdat dit economisch en strategisch goed van pas kwam wordt treffend beschreven in “Mubarak was a bastard, but he was our bastard” van Gary G. Kohls (http://baltimorechronicle.com/2011/022811Kohls.html).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: